De natuur is adembenemend: in de onbegrensde bossen en toendra's leven beren, elanden, kariboes, wolven en tal van andere dieren. De beschutte baaien en fjorden aan de kust worden bevolkt door verschillende soorten walvissen, orka's, zeeotters, zeeleeuwen en diverse vogelsoorten waarvan de 'bald eagle' (witkopzeearend) de bekendste is. Landinwaarts worstelen ontelbare zalmen zich in de vele wildstromende rivieren een weg naar hun stroomopwaarts gelegen geboortegebieden.
In het binnenland ligt de hoogste berg van Noord Amerika, de 6194 meter hoge Mount McKinley. Talloze gletsjers schuiven nietsontziend vanuit de kustgebergtes naar zee, waar enorme brokken ijs afkalven en langzaam smelten. In grote delen van Alaska zijn nationale parken opgericht, om zo de nog grotendeels onaangetaste natuur zijn ongereptheid te laten behouden. Deze nationale parken zijn vaak niet met eigen auto toegankelijk maar slechts per boot of bushplane.
De indianen en Inupiat eskimo’s, van oorsprong de bewoners in dit ruige en weerbarstige land, hebben zich al lang geleden aangepast aan de zware leefomstandigheden. Later in de geschiedenis kwamen allerlei avonturiers af op de enorme natuurlijke rijkdommen. Eerst verschenen de Russische bonthandelaren, daarna leverden de walvissen en enorme hoeveelheden zalm een aantrekkelijke handel op. Toch werden Alaska en de Yukon pas echt bekend toen er goud gevonden werd. In een kleine twintig jaar tijd zochten vele tienduizenden gelukzoekers hier hun fortuin. Slechts een aantal van hen werd rijk; de meeste keerden gedesillusioneerd en armer dan ze gekomen waren terug naar huis. Inmiddels is olie de belangrijkste inkomstenbron en vormt 84% van het inkomen van de staat.